Uit het verschijnen van dit zomernummer kunt u concluderen dat uw redacteuren zich niet hebben laten afschrikken door de hardnekkige droogte en hitte van dit memorabele jaar 2018.
Dankzij een geschriftje dat hem door de huidige bewoner van Huize Voorwijk ter beschikking werd gesteld, is Jan Bolling in staat geweest om u een indruk te geven in het leven van de kinderen De Vos van Steenwijk op Voorwijk in de eerste decennia van de vorige eeuw. Er valt het nodige te lachen, en te leren.
Albert Veld vervolgt en besluit zijn verhaal over het domineesgezin van der Linde in en rond de pastorie van IJhorst en heeft daarbij rijkelijk mogen putten uit de herinneringen van de drie kinderen, die er allemaal een fijne jeugd zeggen te hebben gehad. Hoe kan het ook anders, op die plek en met zulke ouders, zo dacht ik na lezing van de verhalen. Aaltienus Buiter heeft zich verdiept in de geschiedenis van het gehucht Struikberg en met name in die van de herberg waar in vroeger tijden de postkoets tussen Zwolle en Groningen van paarden wisselde. Jammer dat daar in het veld niets meer aan herinnert. Ten slotte wordt u door Enno de Boer ingevoerd in de geheimen van antieke sieraden en gebruiksvoorwerpen die gemaakt zijn van de huid en/of het skelet van de rog (de vis, wel te verstaan) en de schildpad. Verwonderlijk dat daarvan zo iets moois valt te maken.
Ik wens U veel plezier bij het lezen.
Louis Timans.
Bij het aanbreken van de zomer verschijnt traditiegetrouw een nieuw nummer van uw lijfblad. Dit jaar is het, met no. 2 van de jaargang 21, gelukkig niet anders.
We zijn weer blij u een nieuw nummer te kunnen aanbieden, het eerste van jaargang 21. In termen van vroeger kunnen we zeggen dat we nu echt de – wettelijke – volwassenheid hebben bereikt !
De redactie van uw lijfblad is blij u het nieuwe nummer, het laatste van de 20e jaargang, aan te kunnen bieden.
Op het moment dat ik dit schrijf is het moeilijk voor te stellen dat ik bezig ben met het voorwoord van een lentenummer (nummer 2 van jaargang 20). We zitten in de laatste week van april, maar de thermometer haalt nauwelijks de 10 graden en soms valt er een (hagel)bui.
Voor dit nummer, het eerste van alweer de 20e jaargang, hebben onze vaste medewerkers zich weer volledig ingezet.

Als u de pagina met de inhoudsopgave van dit nummer opslaat, valt het u wellicht op dat de lijst van bijdragen niet de gebruikelijke lengte heeft. Mij trof het tenminste wel toen ik het materiaal onder ogen kreeg. Dat het aantal bijdragen beperkt is, betekent gelukkig niet dat deze aflevering – de 2e van de 19e jaargang – minder lezenswaardig zou zijn. Oordeelt u zelf maar: Aaltienus Buiter doet verslag van de onthulling van een gedenkteken voor Nestor Probizanski op de begraafplaats van de Wijk. Probizanski, een Canadees soldaat, verloor jammerlijk het leven bij de bevrijding door een fataal ongeluk.