Ook in coro
natijd brengen wij een nummer uit – het eerste van jaargang 24 -, maar het is er wel een waarvoor we uw begrip vragen als er hier en daar wat onvolkomenheden te bespeuren zouden zijn. Immers, de lockdown verhindert ons de eindversie in een gezamenlijke vergadering zorgvuldig te controleren. Het gevolg is dat u het met mijn persoonlijke, “ongekuiste” versie moet doen. Ik heb er overigens wel vertrouwen in dat het mij aardig is gelukt. Zoals het hoort, is de voorzitter de eerste die aan het woord komt, gevolgd door een aantal foto’s die in het vorige nummer in zwart-wit waren afgedrukt maar die u nu in kleur kunt bekijken. Vervolgens wordt aandacht geschonken aan de Beeldbank van onze vereniging; die verdient onzes inziens namelijk meer aandacht. Paul Mentink verrast u met een verhandeling over de technieken die worden toegepast om de oorsprong en leeftijd van historisch materiaal vast te stellen. Vervolgens schrijft Aaltienus Buiter over de manieren waarop boeren vroeger lieten weten dat ze iets te koop hadden of op zoek waren naar iets dat ze wilden kopen. Ina ten Wolde laat haar licht schijnen over de Oosterwijkerweg. Dat is het huidige voet-/fietspad dat schuin achter zorgcentrum Dunninge langs loopt en waar nogal wat ooievaarsparen hun nesten hebben gebouwd. Bij het lezen moet u wel bedenken dat, vanuit het zuiden gezien, het pad na de kruising met de Oldenhof nog oostwaarts doorloopt, tot aan de Oosterakker. Vanaf dat punt begint Ina haar verhaal. Freek Heuvelman levert het slotakkoord van dit nummer met een geïllustreerde beschrijving van de werkzaamheden rond de verharding van de Koekanger Dwarsdijk, ruim een eeuw geleden. Ik hoop dat u aan het lezen van deze bijdragen veel plezier zult beleven, in deze donkere tijden.
Louis Timans.

In dit hoogzomerse nummer van ’t Olde Karspel (jaargang 23, nr. 3) treft u artikelen aan van 3 medewerkers. Een schrijver van een ingezonden brief zinspeelt erop, dat het in de zomer misschien niet eenvoudig is voldoende kopij bijeen te krijgen. Op het aantal gelet zou je zeggen dat zijn vrees niet ongegrond is. Toch had ik bij lezing niet de indruk dat ik iets tekort kwam. Allereerst meldt het bestuur in een artikel van (nu oud- voorzitter) Aaltienus Buiter, dat gezien de coronaperikelen, er dit jaar geen algemene vergadering zal zijn. Een aantal zaken wordt schriftelijk afgedaan. Verder laat hij u weten dat hij na 13 jaar de voorzittershamer te hebben gehanteerd, hem gaat neerleggen en worden er nog een paar verschuivingen binnen het bestuur aan u voorgelegd. Laat het maar rustig op u inwerken. Van de 3 bijdragen aan dit nummer gaan er twee gedeeltelijk over hetzelfde, nl. de vroegere tolheffing in onze gemeente. Jan Bolling behandelt het onderwerp voor de Wijk en Aaltienus voor Koekange, ieder dus voor zijn eigen woonplaats. Er valt veel over te vertellen, je moest herhaaldelijk stoppen en je portemonnee trekken. Naast de tolheffing besteedt Aaltienus aandacht aan een boom die er niet meer is, maar die ooit door Mr. Harm Smeenge aan het begin van de naar hem genoemde weg is geplant. Onze medewerker Roel Hendriks vertelt over een jeugdherinnering die zich afspeelt in het bos van Dickninge. Daar moet voor wat avontuurlijk aangelegde kinderen veel te beleven zijn geweest! Ik wens u veel genoegen bij het lezen, een fijne voortzetting van de zomer en houdt u aan de restricties die corona ons oplegt!
De Historische Vereniging de Wijk-Koekange verheugt zich u het tweede nummer van jaargang 23 aan te kunnen bieden.
Voor u ligt alweer de laatste uitgave van de 22e jaargang van ons blad ’t Olde Karspel. Alweer bijna een jaar voorbij. Een jaar waarin met name de laatste maanden gekenmerkt werden door onrust en onzekerheid. Grote demonstraties van boeren en bouwers die geconfronteerd worden met stikstofuitstoot en PFAS – normen. En een onzekere toekomst voor hun bedrijven. Stakingen in het onderwijs. Maar ondanks dit alles zijn onze schrijvers weer in het verleden gedoken en hebben veel herinneringen opgehaald over vroegere tijden. Het is verheugend dat er zoveel kopij werd ingestuurd, dat we niet alle schrijvers in dit nummer aan bod kunnen laten komen. Maar laat u daardoor niet weerhouden om uw bijdrage in te sturen. De volgende uitgave komt uit vlak voor de viering 75 jaar bevrijding. Mocht u daar herinneringen aan hebben en deze met ons willen delen dan wordt dat zeer op prijs gesteld. Vindt u het moeilijk om dat zelf op te schrijven dan kunt u contact opnemen met een van onze redactieleden. Wij komen graag bij u langs.
In dit nummer – het derde van jaargang 22 – vindt u bijdragen van de ons zeer bekende Jan Bolling, de nauwelijks minder bekende Aaltienus Buiter, en van twee voor ons nieuwe namen Hans Nieuwenhuis en Thomas Eskes. Roel Hendriks vertelt ons hoe hij op een van de bloedhete nachten van deze zomer moest terugdenken aan openluchtconcerten op camping De Witte Bergen in IJhorst. Bij het lezen van al die namen herleven – als u tenminste oud genoeg bent – voor u de jaren ’50 en ’60.
In dit nummer (2 van jaargang 22) kunt u uw honger naar lering en-of vermaak stillen door kennis te nemen van bijdragen van maar liefst vier auteurs.
Met genoegen biedt de redactie u het nieuwe nummer aan, het eerste van de twee en twintigste jaargang.