't Olde Karspel - periodiek van de Historische Vereniging De Wijk - Koekange

De postbezorging in de Wijk

door Jan Bolling

Tegenwoordig geschiedt een groot deel van de communicatie langs elektronische weg. De bezorging van post neemt een steeds minder belangrijke plaats in. Dat was vroeger wel anders! Met vroeger wordt hier bedoeld het begin van de vorige eeuw en nog lang daarna.


De postbezorging omvatte niet alleen het bezorgen van brieven, pakjes en telegrammen maar ook het innen van kwitanties en het afhandelen van andere financiële transacties.
Jan de Boer (*1932) heeft als jongen die min of meer tegenover het postkantoor van Otten en later van Oldenkamp woonde, het bestellen van post van nabij meegemaakt. Jan vertelt dat de postbode vroeger eigenlijk een soort mobiel postkantoor was, hij heeft dat aan den lijve ondervonden omdat hij van 1954 tot 1966 als postbode bij het kantoor in de Wijk heeft gewerkt en daarna in Nijeveen. Behalve het bezorgen van brieven en pakjes verkocht de postbode ook postzegels en kon een pakje of een brief bij hem worden aangeboden. Verder hield hij zich met de al genoemde afhandeling van financiële transacties bezig.

Postkantoor
Het enige zelfstandige postkantoor dat de Wijk heeft gekend, stond aan de Vijverweg. Daarvóór was het postkantoor gehuisvest in het woonhuis van de postkantoorhouder. In het begin van de vorige eeuw was dat het pand aan de Dorpsstraat waar later Garage Vosseberg en nog later Garage Prins in zou zitten en dat nu is afgebroken. Het stond ongeveer ter hoogte van waar nu de ingang van Modewereld van de Belt is. De postkantoorhouder was Johannes Otten, die dus tevens eigenaar van het pand was. Rond de Tweede Wereldoorlog was het postkantoor gevestigd in het pand van Jan Katürbürg (nu Julianaweg 17). Jan had een uitbouwtje aan zijn huis laten maken om ruimte te bieden aan het postkantoor. Toen Klaas Oldenkamp postkantoorhouder werd, verhuisde het kantoor mee naar diens woning op de hoek van de Dorpsstraat en de Kerkweg. In datzelfde pand werd later Harm Knol de man die de zaken regelde. Net als het pand van Johannes Otten zou dit pand later worden afgebroken. Met de verhuizing van het postkantoor naar de Vijverweg kwam een eind aan de situatie dat het postkantoor in het woonhuis van de postkantoorhouder was gevestigd, het werd nu een zelfstandig gebouw. De vestiging aan de Vijverweg zou een hoogtepunt kunnen worden genoemd wat de huisvesting van Tante Pos betreft, het was tevens het laatste echte postkantoor. Van een postkantoor is nu geen sprake meer. Eerst was er nog een speciaal postloket binnen Steenbergen aan Dorpsstraat 68, nu rest er slechts een geringe postservice als je het vergelijkt met hetgeen de dienstverlening van de post eerder is geweest.

Postgebied
Het gebied dat vanuit het postkantoor werd bediend, werd in het noorden begrensd door de Hoogeveensevaart, in het westen door de Weteringbrug/de Knijpe en in het oosten lag de grens dicht bij de Bloemberg. IJhorst behoorde ook tot het postgebied van de Wijk, in het westen lag de grens bij de boerderij van J.Roorda, Heerenweg 6, in het oosten bij de Hongerige Wolf. Verder strekte zich het gebied uit tot het Stapelerveld en richting Westerhuizingerveld. De wegen in deze gebieden waren voornamelijk onverhard.

Aanvoer- en afvoer van post
Jan de Boer kan zich niet herinneren dat de post vanuit Meppel aangevoerd werd met de tram, volgens hem gebeurde dat per paard en wagen uit Meppel. De post voor Zuidwolde en Koekange werd in de Wijk afgezet en werd door de bestellers uit Zuidwolde en Koekange vanuit de Wijk verder getransporteerd.
Sinds de komst van een reguliere busdienst in de Wijk, de DABO1), werd de post per bus om 6.30 uur aangevoerd en werd omgekeerd om 16.30 uur de post uit de Wijk meegenomen naar Meppel. Later werd de aan- en afvoer door taxibedrijf Arends uit Meppel verzorgd. Ook bij slechte weersomstandigheden verliep de aan- en afvoer van de post goed, totdat de PTT het transport zelf in handen nam. Toen gebeurde het regelmatig dat bij gladde wegen de post niet aangevoerd werd en op zo'n dag bleef het dorp dan ook van postbezorging verstoken. De bestellers konden op die dagen onverrichter zake naar huis teruggaan.
Met de komst van een busdienst in de Wijk werd de post voor Zuidwolde ook daar met de bus aan- en afgevoerd. De post naar Koekange is nog lange tijd door de bestellers naar dat dorp aan- en afgevoerd.
Met de toename van het postverkeer werden de (fiets)tassen steeds zwaarder, zo zwaar zelfs dat degene die de post voor Koekange in de Wijk ophaalde, geholpen moest worden door zijn collega's bij het bestijgen van de fiets: hij kon niet zelfstandig het evenwicht vinden. Als hij dan richting Koekange bij de afslag naar de Postweg af moest stappen omdat hij voorrang moest verlenen aan tegemoetkomend verkeer, ligt het voor de hand dat de man - vrouwelijke postboden kende men toen nog niet - in de problemen kwam: hij moest dan weer opnieuw het evenwicht op de fiets zien te vinden. Op een gegeven moment werden de tassen zo groot en zo zwaar dat er zelfs twee postboden werden ingezet voor het vervoer naar Koekange.

Postboden
Doordat de postbode dagelijks, de zondag uitgezonderd, bij de mensen langs kwam en in bepaalde gebieden van het bezorgingsgebied zelfs twee keer per dag, was de postbode een bekende verschijning in het dorp. Door het dragen van een uniform was hij duidelijk herkenbaar en doordat hij in veel gevallen de post tot in de huiskamer bracht, drong hij diep door in het sociale leven van de bevolking. Hij was ook degene die niet alleen het geschreven nieuws bracht maar ook de - ongeschreven - dorpsnieuwtjes. In de tijd dat Johannes Otten kantoorhouder was, waren de gebroeders Oldenkamp, Klaas en Harm, afkomstig uit Diever, en Johannes Knol uit Vledder de brievenbestellers. Klaas is later kantoorhouder geworden. Harm heeft niet "onder" zijn broer hoeven te werken omdat hij op het moment dat Klaas de leiding op het postkantoor voor zijn rekening nam, met pensioen kon. Hendrik Veneman en Engbert Benning uit IJhorst waren eerst hulpbesteller; dat betekende dat je in moest vallen als er iemand ziek was. Later werden Hendrik en Engbert als vaste besteller benoemd, Aaldert Stapel en Klaas Wind kwamen hen, nog weer later, als vaste kracht een handje helpen. Jan de Boer kwam eerst als hulpbesteller en later als besteller in vaste dienst de gelederen versterken. Bestellers uit de standplaatsen Meppel, Staphorst en Koekange die vaak in de Wijk assisteerden, waren Berend Jan Hooijer, Klaas Harke en Roelof Kwant.

Werkzaamheden op het Postkantoor
De bestellers begonnen 's morgens om 6.30 uur met het sorteren van de post.
Omdat de postbesteller ook allerlei financiële zaken verzorgde, zoals het aanbieden van kwitanties, het verkopen van postzegels en het bezorgen van aangetekende stukken, was de kantoorhouder in die tijd druk met de voorbereiding van deze taken.
Een onderdeel waar nu snelle machines het werk doen, was het stempelen van de post die in de brievenbussen in de Wijk was binnengekomen. Deze post werd ook meteen gesorteerd; wat in het dorp kon blijven, bleef op het kantoor, de rest ging in een zak en werd afgevoerd naar Meppel. Op de geposte brieven met bestemming de Wijk stond vaak als bestemming "Alhier" en soms nog mooier E.V. ("en ville", wat Frans is voor "in de stad"), op het postkantoor wist men dan dat deze post voor de Wijk bestemd was.
De loketdiensten werden uitgevoerd door de postkantoorhouder. Met de komst van de A.O.W in 1956 kwamen er extra werkzaamheden bij omdat de A.O.W. op het postkantoor werd uitbetaald.

Het bestellen
Het verzorgingsgebied van de Wijk kende niet overal mooi geplaveide wegen. De Respersweg, het IJhorsterveld en het Stapelerveld hadden een zekere reputatie waar het om modderige wegen ging.
Bij slechte weersomstandigheden en vaak nog daarna was fietsen in dit gebied nagenoeg onmogelijk. Als de bode het Stapelerveld van post moest voorzien, deed hij dat, in geval van slechte wegen, veelal lopend. Hij zette dan de fiets neer bij de smederij van Bart Bos, nu Stapelerweg 18, en liep daar het "veld" in richting Albert Steenbergen en vandaar langs de huizen in het Stapelerveld, om vervolgens weer op de verharde weg te komen ter hoogte van Lefert Steenbergen. Die woonde destijds aan de Stapelerweg 5.
Op sommige maandagen was het de moeite bijna niet waard om het Stapelerveld in te gaan: er hoefde in dat gebied slechts één poststuk bezorgd te worden. En dan was het soms ook nog een kaartje dat gefrankeerd was met een postzegel van 2 cent; het werd evengoed op de bestemming afgeleverd! Op een keer, toen er erg veel sneeuw lag, vroeg een postbode aan een bewoner welke kant van de paal hij moest nemen om over de dam naar de andere kant te komen; hij wou niet in de sloot belanden. Er lag namelijk zo veel sneeuw dat een duidelijke scheiding tussen dam en sloot niet zichtbaar was. Of de brievenbesteller de bewoner verkeerd heeft begrepen of dat hij door de bewoner op het verkeerde been is gezet, weet Jan de Boer niet zeker maar de postbode zakte wel diep met zijn zware brieventas in de sloot….
Als er door iemand een pakje met de besteller meegegeven werd, schatte die het gewicht, plakte er een postzegel op. De afrekening gebeurde pas de volgende dag bij de bezorging want het pakje moest eerst op het postkantoor worden gewogen.
Bij het aanbieden van kwitanties kwam bij sommige families de hiërarchie duidelijk naar voren. Als de man dan toevallig op het land werkte, moest deze eerst naar huis komen om het verschuldigde bedrag uit het kabinet te halen en aan de postbode te overhandigen; sommige vrouwen hadden niet het lef om zelfstandig geld uit het kabinet te halen. In zulke, weliswaar niet veel voorkomende, situaties moest de bode geduldig wachten.

Welkome hulp
Het betalen van belasting gebeurde vaak ook aan de postbode. Menigeen had weinig verstand van termen als "dagtekening", "eerste vervaldag", "tweede vervaldag" en "laatste vervaldag". De postbode bood dan uitkomst. Hij kreeg de aanslagbiljetten voorgeschoteld en moest dan het verschuldigde bedrag invullen op de speciale gele stortingkaart. De hulpvrager hoefde dan alleen maar een handtekening te zetten en het verschuldigde bedrag te overhandigen. Hij kreeg dan het gestempelde rešu als betalingsbewijs.
De postbode was soms ook een welkome hulp bij de inwoners van het postgebied als er b.v. iets verplaatst moest worden en er extra mankracht nodig was. Postbode Hendrik Veneman had een zekere reputatie opgebouwd waar het de gezondheid van konijnen betrof. Hij werd tijdens het bestellen van brieven meer dan eens geconsulteerd als hij bij mensen kwam die konijnen hadden met gezondheidsproblemen.

Koffie en thee
De postboden hadden ieder hun vaste koffiehuisjes, op sommige adressen werden ze echt verwend. Hoe slechter het weer, hoe beter op sommige adressen voor de brievenbesteller werd gezorgd. Er waren postboden die 's morgens met gemak 6 kopjes koffie "ophaalden".
Jan vertelde dat op een adres in het IJhorsterveld bij tijdelijke afwezigheid van de bewoners een briefje op tafel lag met de volgende tekst: "De koffie staat op het theelichtje, brood staat in de kast en als je weg gaat, blaas dan het lichtje even uit." De AOW werd in veel gevallen ook door de bode aan huis bezorgd. De meeste "trekkers van Drees" gaven dan de bode een sigaret of een sigaar om uiting te geven aan hun tevredenheid over de dienstverlening.
Met Nieuwjaar kreeg de postbode, zeker op sommige adressen in de buitengebieden, een pakje sigaretten of ƒ 2,50.

Honden
Op een enkel adres had de hond het op de postbode voorzien. Jan de Boer kwam al jaren bij Van Hooft, de uitbater van café Sprookjeshof2), en had geen problemen met de twee daar aanwezige dobermanns. Maar op een dag liep Jan de trap op naar de ingang toen de loslopende honden het op zijn broekspijp hadden voorzien. Die was niet bestand tegen het hondengeweld en Jan moest met één broekspijp verder. Gelukkig wist de buurvrouw van het café, mevrouw Pries, raad; zij pakte naald en draad en zorgde ervoor dat Jan weer met twee broekspijpen zijn weg kon vervolgen.
Hendrik Veneman moest op een keer bij een boer in IJhorst aan de grens van het bezorgingsgebied een aangetekend stuk afleveren. Er was echter niemand thuis. Hendrik dacht: "Ik ga even achterom, daar woont de schoonmoeder. Misschien wil die wel even een krabbeltje zetten". Schoonmoeder was helaas ook niet thuis maar de hond wel. Die had het niet op de postbode voorzien. Hendrik stond verstijfd want de hond liet niet toe dat hij ook maar een stap verzette. Hij heeft toen de toestand gerekt en steeds een beetje bewogen richting de zak met hondenvoer. Steeds een beetje voer aan de hond gevend, is Hendrik uiteindelijk bij de deur gekomen. Toen kon hij de deur openen en - wat nog beter was - de deur sluiten toen hij weer buiten was en de hond nog binnen.
Diezelfde hond heeft Klaas Harke de fietstassen met post een keer van de fiets getrokken. Klaas was al op de Heerenweg toen de posttassen met inhoud nog bij de boerderij lagen. Met de boer is later de afspraak gemaakt dat hij de hond vast zou leggen telkens als de postbode bij hem op het erf kwam.

Postorders
Met de opkomst van de postorderbedrijven nam het postverkeer enorm toe, op verschillende plaatsen op de bestelroute werd toen een deel van de post neergezet omdat de bode alle stukken niet in één keer mee kon nemen. Zo hoefde hij niet helemaal naar het kantoor terug om de resterende post te halen.
De postorderbedrijven gaven niet alleen extra werk waar het bezorgen van pakjes betrof, maar bestellingen die niet bevielen konden ook weer per post worden geretourneerd. Het zal duidelijk zijn dat dit wel eens complicaties opleverde.

Jan kijkt terug op een beroep dat hem veel plezier en werkvreugde heeft verschaft.
In de buitengebieden, waar de modderige zandwegen nu zijn verhard, wordt de post tegenwoordig per auto bezorgd en vanuit Meppel.

Met dank aan Jan de Boer.

*****